| 1 |
Daarop legde hij zijn poot op de vensterbank en toen zij zagen dat die wit was, geloofden zij dat alles wat hij zei waar was en deden de deur open. Maar wie kwam daar binnen: de wolf! Zij schrokken en wilden zich verstoppen. Het ene geitje sprong onder de tafel, het tweede in het bed, het derde in de kachel, het vierde de keuken in, het vijfde in de kast, het zesde onder de waskom en het zevende in de kast van de hangklok. Maar de wolf vond ze allemaal en slokte zonder complimenten het ene na het andere door zijn keelgat. Alleen het jongste, dat in de kast van de klok zat, dat vond hij niet. Toen de wolf zijn honger had gestild, maakte hij dat hij weg kwam, ging buiten in de groene wei onder een boom liggen en viel in slaap. Niet lang daarna kwam de oude geit weer terug uit het bos. Ach, wat zij daar te zien kreeg! De voordeur stond wagenwijd open; tafel, stoelen en banken waren omvergegooid, de waskom lag in scherven, dekens en kussens waren uit het bed gerukt. Zij zocht haar kinderen maar zij waren nergens te vinden. |
| 2 |
Drie dagen later verkocht hij wat er in het kleine huishouden nog van eenige waarde was en vertrok met twee honderd francs in den zak naar Parijs. Van zijn moeder had Nantas een hardnekkige zucht naar grootheid en rijkdom geërfd. Hij was een jongmensch, die spoedig tot iets besloot en zijn besluiten met ijzeren wil ten uitvoer bracht. Toen hij nog jong was, had men iets bijzonders in hem meenen te zien. Dikwijls had men gelachen als hij uitriep: "Ik voel mij o, zoo sterk", een uitdrukking die comisch werd als men hem aanzag het te kleine jasje uit den naad springende aan de schouders en waarvan de mouwen hem tot aan de polsen reikten. Zoo zachtjes aan had hij een zekere vereering voor de kracht opgevat, slechts haar in het leven der menschen ziende, overtuigd dat de sterken altijd de overwinnaars zijn. Volgens Nantas was het slechts noodig te willen om te kunnen; de rest was bijzaak. Zondags, als hij geheel alleen in de omstreken van Marseille wandelde, onder een verschroeiende zon, dan voelde hij een stroom in zich, die hem voortdurend voorwaarts joeg. |
| 3 |
Thuiskomende at hij met zijn verminkten vader wat aardappelen, zichzelf belovende later wel te zorgen, dat de maatschappij, waarin hij op zijn dertigsten jaar nog niets was hem wat beters zou geven. Het was geen gewoon verlangen, dat hem bezielde, geen zucht naar laag genot, het was alleen het gevoel van een verstand en een wil, die niet op hun plaats waren, maar bedaard en kalm de plaats zochten te bereiken, welke hun rechtens toekwam. Nauwelijks betraden zijn voeten het plaveisel van Parijs of Nantas meende de hand maar voor uitstrekken te hebben om een hem waardige betrekking te vinden. Den eersten dag reeds opende hij den strijd. Men had hem eenige aanbevelingsbrieven mede gegeven, welke hij zich haastte aan hun adres te bezorgen; ten overvloede klopte hij bij eenige landslieden aan, hopende op hun hulp en steun. Een maand ging echter zonder geringste succes voorbij; de tijd was slecht gekozen, zeide men, of men deed hem schoone beloften. Zijn beurs werd echter lichter en het oogenblik kwam waarop hij nog maar twintig francs bezat. |
| 4 |
Van die twintig francs moest hij beproeven nog een heele maand te leven, van den morgen tot den avond Parijs doorkruisende, om thuis komende zonder licht naar bed te gaan, doodop van vermoeienis en met aldoor leege handen. Toch verloor hij den moed niet; het eenige gevoel dat in hem opkwam, was somberen toorn. Het lot scheen hem onredelijk en onrechtvaardig toe. Op een avond kwam Nantas thuis zonder te hebben gegeten. Morgens had hij zijn laatste stuk brood gebruikt. Geen geld en geen vriend om hem een dubbeltje te leenen. Het had den ganschen dag geregend, een van die triestige koude regens, die in Parijs zoo talrijk zijn. Een modderstroom ging door de straten. Tot op de huid nat was Nantas naar Bercy gegaan en later naar Montmartre, waar men hem gezegd had, dat betrekkingen open waren en waarop zijn laatste hoop gevestigd was; te Bercy was de plaats echter reeds vergeven en te Montmartre had men gevonden dat hij niet netjes genoeg schreef. Daar hij zeker was dat hij in de eerste de beste betrekking zijn fortuin zou maken zou hij alles hebben aangenomen. |
| 5 |
De zon ging onder achter de hooge boomen van het prachtige huis van Danvilliers, een herfstzon, wier gouden stralen de gele blaadjes als vlammetjes deed flikkeren. Nantas stond op, aangetrokken tot dezen afscheidsgroet der zon. Hij ging sterven en voelde een behoefte in zich ontwaken naar licht. Een oogenblik boog hij zich voorover. Bij den draai van een laan, achter het dichte groen, had hij wel eens een jong, blond meisje bemerkt, slank en statig, trotsch als een prinses. Hij was niet romantisch; de tijd was voor hem voorbij, waarin jonge mannen in hun zolderkamertje droomen van rijke meisjes, die hen haar liefde en schatten komen brengen. En toch, in dit uur, waarin hij zich ging toewijden aan den dood, herinnerde hij zich plotseling dat schoone trotsche meisje. Hoe zou ze wel heeten? Op zelfde oogenblik echter balde hij de vuisten en voelde hij niets dan haat, gloeienden haat tegen de bewoners van dat paleis, waarvan de vensters half geopend waren en hem hoekjes lieten zien vol pracht en weelde. |
| 6 |
Natuurlijk wordt de voornaamste belanghebbende als laatste van die gunsten op de hoogte gesteld. In mijn geval had ik recht op twintig dagen coma en een paar weken mistigheid voordat ik echt besefte hoe groot de schade was. Pas eind januari kwam ik helemaal bij in deze kamer 119 van het zeehospitaal in Berck, waar het eerste licht van de dageraad nu binnendringt. Het is een ochtend als alle andere. Vanaf leven uur begint het carillon van de kapel elk kwartier het verstrijken van de tijd te benadrukken. Na de rust van de nacht beginnen mijn verstopte bronchiën weer luidruchtig te reutelen. Mijn handen, verwrongen op het gele laken, bezorgen me pijn, zonder dat ik kan vaststellen of ze bloedheet of ijskoud zijn. Om verstijving van mijn gewrichten tegen te gaan maak ik een reflexbeweging alsof ik me uitrek, waardoor mijn armen en benen een paar millimeter verschuiven. Vaak is dat genoeg om de pijn in een ledemaat te verlichten. Het duikerpak begint minder te knellen en mijn gedachten kunnen ronddwalen als een vlinder. |
| 7 |
Er valt zoveel te doen. Je kunt wegvliegen in de ruimte of in de tijd, naar Vuurland gaan of naar het hof van koning Midas. Je kunt een bezoek brengen aan de vrouw van wie je houdt, naast haar kruipen en haar nog slapende geacht strelen. Je kunt luchtkastelen bouwen, het Gulden Vlies veroveren, Atlantis ontdekken en je kinderdromen en volwassen illusies verwezenlijken. Genoeg gefladderd. Ik moet nu vooral het begin van dit verslag van mijn onbeweeglijke reis gaan bedenken, om klaar te zijn wanneer de afgezant van mijn uitgever het zich letter voor letter komt laten dicteren. In gedachten kneed ik elke zin tien keer, ik schrap een woord, voeg een adjectief toe en leer mijn tekst paragraaf na paragraaf uit mijn hoofd. Half acht. De dienstdoende verpleegster onderbreekt mijn gedachten. Volgens een doeltreffend ritueel schuift ze het gordijn open, controleert ze tracheotomie en infuus en zet ze de tv aan, waar het nieuws 10 komt. Op dit ogenblik vertelt een tekenfilm het verhaal van de snelste pad van het Westen. |
| 8 |
Overal ter wereld zijn waarschijnlijk de meest diverse geesten voor me aangeroepen. Ik probeer een beetje orde te scheppen in die enorme drukte van zielen. Als ik te horen krijg dat ze in een Bretons kerkje een paar kaarsen voor me hebben gebrand, of in een tempel in Nepal een mantra voor me hebben opgezegd, ken ik die spirituele uitingen direct een specifiek doel toe. Op die manier heb ik mijn rechteroog aan een medicijnman in Kameroen toevertrouwd, aan wie een vriendin volmacht had gegeven de goedgunstigheid van de Afrikaanse goden voor me te waarborgen. Voor mijn gehoorproblemen verlaat ik me op de goede verstandhouding die een schoonmoeder met godvruchtig hart onderhoudt met de monniken van een broederschap in Bordeaux. Ze bidden regelmatig een rozenkrans voor me en soms glip ik hun abdij binnen om hun gezangen naar de hemel te horen opklinken. Dat heeft nog geen opmerkelijk resultaat opgeleverd, maar toen zeven broeders van dezelfde orde door fanatieke moslims waren vermoord, heb ik dagenlang oorpijn gehad. |
| 9 |
Met haar warme vingers gaat Brigitte mijn hele gezicht langs, het gevoelloze gedeelte dat de structuur van perkament lijkt te hebben en het gedeelte waar de zenuwen wel werken en ik nog een wenkbrauw kan fronsen. Omdat de scheidslijn over mijn mond loopt, kan ik alleen maar halve glimlachjes fabriceren, wat aardig overeenkomt met mijn wisselende stemmingen. Zo kan een huiselijke gebeurtenis als een wasbeurt verschillende gevoelens bij me opwekken. De ene dag vind ik het komisch om op mijn vierenveertigste als een zuigeling te worden gewassen, omgedraaid, afgedroogd en geluierd. Op het toppunt van mijn infantiele regressie schep ik er zelfs een bedenkelijk plezier in. De volgende dag lijkt dat alles me weer uitermate pathetisch en rolt er een traan in het scheerschuim dat een verpleeghulp op mijn wangen kwast. Wat het wekelijkse bad betreft, dat dompelt me zowel in droefenis als in gelukzaligheid. Op het verrukkelijke moment waarop ze me in de badkuip laten zakken, volgt al snel het heimwee naar het uitgebreide gebadder dat de luxe van mijn eerste leven was. |
| 10 |
Als je dit plaatje wilt completeren, moet je ten slotte een hoekje zoeken om ons in te zetten, pluimvee met gebroken vleugels, papegaaien zonder stem, pechvogels die ons nest hebben gebouwd in een doodlopende gang op de neurologieafdeling. Natuurlijk ontsieren wij het landschap. Ik ken maar al te goed het lichte onbehagen dat wij oproepen als we stijf en stil door een kringetje minder benadeelde patiënten heen rijden. Om dat verschijnsel te observeren is de fysiotherapiezaal, waar alle patiënten die moeten revalideren door elkaar heen scharrelen, de beste plaats. Het is een echt Hof der Wonderen, rumoerig en kleurrijk. In een chaos van spalken, prothesen en min of meer ingewikkelde apparaten kom je langs een jongen met oorbel die zich met zijn motor in de kreukels heeft gereden, een oma in fluorescerend trainingspak die opnieuw leert lopen na een val van een keukentrapje, en een halve zwerver van wie nog niemand heeft begrepen hoe hij zijn voet door de metro heeft kunnen laten afrukken. |
Комментарии